De satellieten die gebruikt worden voor navigatie zijn eigendom van het Amerikaanse Ministerie van Defensie en mogen gratis gebruikt worden. GPS was van oorsprong alleen voor militair gebruik bestemd. Op 1 september 1983 raakte vlucht KAL007 van Korean Airlines van Anchorage naar Seoel uit koers en belandde per ongeluk in het Russische luchtruim. In het Russische luchtruim werd het vliegtuig door een Russisch Su-15 gevechtsvliegtuig uit de lucht geschoten. Alle 269 passagiers en bemanningsleden kwamen daarbij om het leven.
Twee weken na deze ramp stelde de toenmalige Amerikaanse president Reagan voor om GPS ook voor civiele doeleinden beschikbaar te stellen. De ramp met Korean Airlines is de aanleiding geweest voor civiel gebruik van GPS.
De ontwikkeling van dit militaire navigatiesysteem heeft 12 miljard dollar gekost. Om de nationale veiligheid van de Verenigde Staten te waarborgen, bouwde de Amerikaanse overheid de Selective Availability (SA) in de NAVSTAR GPS (Navigation Signal Timing and Ranging Global Positioning System) satellieten in. Hiermee werd de nauwkeurigheid voor civiel gebruik beperkt.
Omdat het Amerikaanse leger tijdens de Golfoorlog een tekort had aan GPS-ontvangers, werd de SA-functie tijdelijk uitgeschakeld. Hierdoor werd het mogelijk het tekort aan militaire GPS-ontvangers aan te vullen met civiele GPS-ontvangers.
In 2000 kondigde de Amerikaanse president Clinton aan dat SA volledig zou worden uitgeschakeld.
Navigatiesystemen zijn er in twee soorten. Allereerst is er het inbouwsysteem. Dit inbouwsysteem kan "af fabriek" zijn of achteraf ingebouwd. Daarnaast zijn er de draagbare systemen. Er zijn slechts drie fabrikanten van draagbare navigatiesystemen die er echt toe doen, te weten: TomTom, Garmin en MiTAC.
